Raadsel Pagina
Mail me de oplossingen en je krijgt een eervolle
vermelding op de inzenders pagina
(mits de inzending goed is) en je mag natuurlijk ook nieuwe
raadsels mailen of
links naar aanverwante pagina's.
N.B. verzoeken om oplossingen worden afgewezen, tenzij er gelijkwaardige raadsels worden aangeboden, dit is strikt ter beoordeling van webmaster
Raadsel 59:
Hoe kan je door vier lijnen te trekken de onderstaande punten verbinden, de lijn die je tekent moet ononderbroken zijn: de punt van je pen mag het papier niet verlaten:
x x x
x x x
x x x
Raadsel 58:
wat komt hierna : 1 11 21 1211 1231 131221 ......
Raadsel 57:
Je hebt een prikbord aan de muur. Verder een brandende kaars en een
doosje punaises. Hoe kan je de kaars aan de muur krijgen zodat hij rechtop
brand zonder de kaars of prikbord te beschadigen?
Raadsel 56:
Je hebt 9 zakken met 100 munten, elk 100 gram. En 1 zak met 100 munten, elk 95 gram.
Je mag alles met de zakken doen, munten eruit halen, terugstoppen noem het.
Je mag >1< meting doen op een perfecte digitale weegschaal die slechts 1x een
weging kan uitvoeren. Hoe kan je erachter komen welke zak de valse munten bevat?
Raadsel
55:
Dit is zo licht als een veer maar
niemand kan hem lang vasthouden.
Raadsel
54:
Wij minnen de beker,
maar drinken niet;
wij hebben veel ogen,
maar zien toch niet.
Meest zijn we tweelingen,
soms eens met drie,
wie met ons speelt
vertrouwt ons niet.
Raadsel
54:
Loop op de levende en ze mopperen niet
eens. Loop op de dode en ze klagen en
protesteren. Wat zijn het?
Raadsel
53:
Een man staat voor het schilderij van
een man, en vertelt het volgende:
"Ik heb geen broers en zussen,
maar de vader van deze man is mijn vaders
zoon"
Wie staat er op het schilderij?
Raadsel
52:
Het is donker in mijn slaapkamer en ik
wil twee sokken met dezelfde kleur
hebben uit mijn la, waarin 24 rode en
24 blauwe sokken inzitten. Hoeveel
sokken moet ik minimaal uit de la halen
voor ik twee dezelfde sokken heb?
Raadsel
51:
Je hebt twee kannen. De eerste kan
bevat een liter melk en de andere kan een
liter water. Stel dat je een kopje melk
uit de ene kan haalt en dat in de
andere kan giet. Na doorroeren neem je
een kopje van het mengsel uit de
tweede kan en giet het terug in de
ander kan.
Wat kun je nu zeggen over de
hoeveelheid water in de ene kan en melk in de
andere kan.
Raadsel
50:
Op een weiland grazen koeien totdat het
gras op is.
12 koeien kunnen 16 weken grazen
18 koeien kunnen 8 weken grazen
na 6 weken blijkt het gras op te zijn.
Hoeveel koeien grazen er?
Raadsel
49:
Helma is net zo oud als Henk zal zijn
wanneer Helma twee keer zo oud
zal zijn als Henk was toen Helma half
zo oud was als de som van hun
huidige leeftijden.
Henk is net zo oud als Helma was toen
Henk half zo oud was als hij over
tien jaar zal zijn.
vraag: Hoe oud zijn Henk en Helma.
Raadsel
48:
Een piratenschip verovert 1000
goudstukken. De poen moet verdeelt
worden over de vijf piraten op het
schip: 1,2,3,4 en 5 in volgorde van rang.
De piraten hebben de volgende
belangrijke eigenschappen, ze zijn:
- oneindig slim
- bloeddorstig, en
- gretig
Startende bij piraat 5, mogen ze ieder
een voorstel doen voor het
verdelen van de poen. Elk voorstel kan
worden geaccepteerd als een
meerderheid van de piraten het met het
voorstel eens is. Wordt het
voorstel echter niet geaccepteerd, dan
wordt de piraat die het voorstel
deed over boord gegooit en mag de
volgende in rang een voorstel doen....
vraag: Welk voorstel moet piraat 5 doen
(zonder over boort te worden
gegooid)
Ps. vergeet de belangrijke
eigenschappen niet.
Raadsel 47:
Vier woorden kunnen bij elkaar opgeteld worden tot een vijfde
woord:
mars
venus
uranus
saturn
----------+
neptune
Elk van de tien letters (m, a, r, s, v,
e, n, u, t, en p) representeert
een cijfer in het bereik van 0 tot en
met 9, waarbij de cijfers 1
en 6 het meeste voorkomen in de
woorden.
vraag: Welk getal representeerd het
woord neptune?
Raadsel 46:
Stel je voor dat je op een eiland bent
dat Texel heet, en dat inwoners
heeft die er aan de buitenkant
hetzelfde uitzien, maar verschillen van
binnen ( wat betreft hun
waarheidsbelievendheid). We onderscheiden de
volgende types:
- RIDDERS, die altijd de waarheid
spreken
- SCHURKEN, die nooit de waarheid
spreken
- NORMALEN, die soms de waarheid
spreken en soms liegen
Stel je voor dat je n van deze inwoners
tegenkomt, die je vertelt:
'ik ben geen ridder' Welk type inwoner
is dit dan?
Raadsel
45:
Een jongen vertrekt 's morgens naar
school. Op het moment dat hij het
huis verlaat kijkt hij via de spiegel
op de klok. De klok heeft geen cijfers
die de uren aan geven en de jongen
vergist zich daarom bij het
interpreteren van de tijd ( hij vergeet
er rekening mee te houden dat hij
het spiegelbeeld van de klok ziet)
Hij gaat er maar van uit dat de klok
stuk is. en fietst naar school, waar
hij twintig minuten later aankomt. Op
dat moment geeft de schoolklok een
tijd aan die twee en een half uur later
is dan de tijd die de jongen
dacht te zien op de klok bij hem thuis.
vraag: Hoe laat kwam de jongen op
school aan?
Raadsel
44:
Welke letter ontbreekt?
H . E N A V E L
Raadsel 43:
Iemand bevindt zich in een smalle
spoortunnel. Hij hoort plotseling een
trein aankomen. Hij vlucht weg en rent
daarbij de trein tegemoet....
Waarom?
Raadsel 42:
Een man reed op vrijdag de stad in. Hij
bleef er drie dagen en vertrok
toen weer op vrijdag. Hoe kan dat?
Raadsel 41:
Je bent gevangen genomen door de
kannibalen. Zij zullen je opeten of
verbranden. Voordat ze een van beide
gaan doen, mag je nog iets zeggen.
Zeg je iets goeds, dan word je gegeten,
zeg je iets fouts, dan word je
verbrand. Gelukkig weet je iets te
zeggen, waardoor je noch verbrand,
nog gegeten wordt. Wat?
Raadsel 40:
.
Wanneer je het het steeds meer ziet, zie je steeds minder
Raadsel 39:
Als je het hebt gezegd dan is het er al niet meer
Raadsel 38:
Een piloot die op het punt staat te
vertrekken vanuit Peking ziet een
reiziger staan. Hij biedt haar een lift
aan. Hij zegt dat het niet uit maakt
voor hem waar ze heen moet, het ligt
toch op de route. De piloot is
niet van plan om een omweg te maken
naar zijn bestemming. Waar wil
de piloot naar toe?
Raadsel 37:
Stel je hebt een groep mensen. Uit
hoeveel mensen moet die groep
minstens bestaanom er voor te zorgen
dat de kans dat twee van die mensen
op dezelfde dag jarig zijn, groter is
dan 1/2?
Raadsel 36:
Er zijn 4 kaboutertjes aan een kant van
een eng bos. Ze moeten door
het bos naar de andere kant. Ze hebben
maar een lampje bij zich. Dat
lampje geeft maar genoeg licht voor 2
kabouters. De kabouters kunnen ook
niet allemaal even snel lopen. Een doet
het in 1 minuut, een in 2
minuten, een 5 minuten en een in 10
minuten. Wanneer er twee kabouters
aan een kant van het bos zijn, dan moet
er natuurlijk een kabouter weer
terug om het lampje terug te brengen.
Hoe snel kunnen de kabouters aan
het andere kant van het bos komen?
Raadsel 35:
Twee paardeneigenaren wilden kijken wie
van de twee het beste paard
bezit. Omdat geen van beide eigenaren
zin had om te verliezen spraken ze af
dat het een langzaam-aan race werd. Het
paard dat als laatste over de finish
komt heeft gewonnen. De wedstrijd ging
van start maar vorderde niet echt. Na
een paar uur sprongen de ruiters van
hun paard af en spraken ze iets met
elkaar af. Direct daarna reden ze met
volle snelheid richting de finish. Wat
spraken de ruiters met elkaar af?
Raadsel
34:
(dank aan Arie)
Een vader en zijn zoon zitten samen in
de auto. Opeens doen de remmen het niet meer, kortom vader rijdt
frontaal tegen een vrachtwagen en overlijdt terplaatse. De zoon gaat
met gillende sirenes naar het ziekenhuis. Daar aangekomen zegt de
chirurg: 'Ik kan deze jongen niet opereren, het is mijn zoon.'
Hoe
kan dat?
Raadsel
33:
(dank aan Niels Kolbe)
In het midden van een ronde vijver
groeit een prachtige waterlelie. De waterlelie verdubbelt dagelijk in
oppervlak. Na precies twintig dagen is de vijver volledig bedekt door
de waterlelie.
Na hoeveel dagen is de helft van de vijver bedekt
door de waterlelie?
Raadsel
32:
(dank aan Niels Kolbe)
Er is een kanaal met een brug erover.
Een zwemmer springt van de brug af en zwemt 1 kilometer
stroomopwaarts. Na die eerste kilometer komt hij een kurk tegen.
Vervolgens zwemt hij nog een half uur verder en draait zich dan om,
en zwemt terug. De zwemmer en de kurk komen tegelijk aan bij de brug,
en de zwemmer heeft met constante snelheid gezwommen.
Hoe snel
stroomt het water in het kanaal?
Raadsel
31:
(dank aan Niels Kolbe)
Als je in je bad een bootje laat
drijven met een kanonnetje aan boord, en het kanonnetje valt
eraf,
wat gebeurd er dan met het waterpeil ? Stijgt of daalt het ?
Raadsel
30:
(dank aan Niels Kolbe)
Verklaar de
volgende cijferreeks: 8 3 1 9 0 2 4 5 6 7
Raadsel
29:
(dank aan Niels Kolbe)
Een
kasteelpoort wordt door een wachter bewaakt. Een struikrover wil naar
binnen. Hij verstopt zich onder de brug, zodat hij de wachtwoorden
kan afluisteren. Er komt een bezoeker aan. De wachter zegt: 6. De
bezoeker antwoordt met:3. De reiziger mag doorlopen. Een tweede
reiziger wil het kasteel in. De soldaat zegt: 8 en de bezoeker
reageert met: 4. Ook hij mag doorlopen. Dan komt er een derde
bezoeker. De wachtpost zegt: 12, de bezoeker zegt: 6 en mag
doorlopen. Nu grijpt de rover zijn kans. Hij kruipt tevoorschijn en
loopt naar de poort. De bewaker houdt hem tegen en zegt: 10. De rover
antwoordt: 5. Jammergenoeg mag hij van de poortwachter niet naar
binnen. Waarom niet?
Raadsel
28:
(dank aan Niels Kolbe)
Een
touwladder van een schip hangt met zes treden onder water. De treden
zitten 30 cm van elkaar. Als het water in de haven een meter zakt,
hoeveel treden zitten er dan nog onder water?
Raadsel
27:
(dank aan Niels Kolbe)
Je staat voor
een kamer; de deur ervan is lichtdicht en gesloten. In de kamer hangt
een gloeilamp. Naast de deur zijn drie schakelaars. Nadat je de deur
geopend hebt, mag je de schakelaars niet meer bedienen. Hoe kun je er
achter komen, welke schakelaar voor de lamp is?
Raadsel
26:
(dank aan Niels Kolbe)
Een huis heeft aan vier kanten uitzicht
op het zuiden, er komt een beer voorbij.
Welke kleur heeft de beer?
Raadsel
25:
(dank aan Niels Kolbe)
waarom hebben pinguins geen last van
ijsberen?
Raadsel
24:
(dank aan Niels Kolbe)
Een slak bevindt zich op de bodem van
een 20 meter diepe put. Elke dag klimt de slak 5 meter omhoog, maar
's nachts glijdt hij weer 4 meter terug naar beneden.
Hoeveel dagen duurt het voordat de slak
de bovenrand van de put heeft bereikt?
Raadsel
23:
Hans staat achter Gerrie en
tegelijkertijd staat Gerrie achter Hans.
Hoe kan dit?
Raadsel
22:
(dank aan:Koen Daelemans)
Je staat voor de deur van een kamer
waar het pikdonker is. Je kan niet naar binnen kijken zonder de deur
open te doen. Aan de buitenkant van de deur staan drie
lichtschakelaars. E� van die schakelaars bedient de gloeilamp
die in de kamer hangt. Je mag de deur slechts �n keer
open doen.
Hoe kan je te weten komen welke
schakelaar de gloeilamp bedient?
Raadsel
21: (dank aan Ari)
Ik heb een emmer van drie liter
inhoud en een emmer van vijf liter inhoud, ik heb precies vier liter
water nodig.
hoe doe ik dat ?
Raadsel20:
Ik heb twee vleugels maar kan niet
vliegen, ik hen een been maar kan niet schoppen.
wat ben ik ?
Raadsel
19:
Wat leeft in de winter, sterft in de
zomer en groeit met zijn wortel naar boven.
wat is het ?
Raadsel
18:
Dit ding loopt maar kan niet stappen,
slaat soms maar schopt nooit. Gaat altijd door maar is nooit klaar.
wat is het ?
Raadsel
17:
Je ziet me niet, je voelt me niet, je
ruikt me niet. Ik ben achter de sterren en onder de heuvels. Ik
eindig het leven en dood de lach.
wat ben ik ?
Raadsel
16:
Ik heb honderd benen maar kan niet
staan, een lange hals maar geen hoofd; de dienstmeid wenst mij in het
vuur ?.
wat ben ik ?
Raadsel
15:
Waar vindt je wegen zonder wagens,
bossen zonder bomen, steden zonder huizen ?
Raadsel 14:
Wij zijn hele kleine dingen, je kunt
ons horen en je kunt zingen. In glas is een van ons gezet, een ander
vindt je in bed. De derder is in een strik gebonden; nummer vier is
er een van vele ronden. Denk nooit dat de vijfde is verdwenen, nimmer
gaat hij van u henen.
wie zijn wij ?
Raadsel 13:
Ik ben een keer per minuut, twee keer
in ieder moment, maar geen enkele keer in honderduizend jaren. .
wat ben ik ?
Raadsel 12:
Als je me breekt, hou ik niet op met
werken. Als je me kunt aanraken, is mijn werk afgelopen. Als je me
verliest, moet je me kort daarna met een ring terugvinden.
wat ben ik ?
Raadsel 11:
wat is dat ?
Raadsel
10
:
Ik ga voor de wind langs maar werp
geen schaduw.
wat ben ik ?
Raadsel 9:
Voedt me en ik leef. Geef me te
drinken en ik sterf.
Wat ben ik ?
Raadsel 8:
Wat kan lopen maar heeft geen benen,
heeft een mond maar praat nooit heeft een bed maar slaapt nooit, kan
wassen maar niet strijken ?
Raadsel 7:
Zonder vleugels vlieg ik. Zonder ogen
zie ik. Zonder armen klim ik. Ik ben angstaanjagender dan ieder
beest, sterker dan iedere vijand. Ik ben slim genadeloos en groot, en
uiteindelijk overheers ik alles.
Wat ben ik
Raadsel 6:
Wat heeft ogen maar kan niet zien ?
Raadsel 5
Dit is niet een raadsel maar een stel
raadsels.
wat weegt zwaarder dan lood?
wat is dieper dan de
zee?
wat steekt scherper dan de doorn?
Bij deze raadsels
moet je niet letterlijk denken (kom niet aan met Uranium bij zwaarder
dan lood, als dat uberhaupt al zwaarder is) maar je moet even
middeleeuws denken.
Raadsel 4
Wat is sneller dan de gedachte?
Raadsel 3
er staan vier kabouters op rijtje, er
staat een muur tussen de 3e en de 4e kabouter. Ze hebben allemaal
puntmutsen op. Er zijn dus 4 puntmutsen, er zijn 2 rode en 2 groene
puntmutsen. Elke kabouter kijkt naar de muur, ze kunnen er niet
overheen kijken, ze kunnen er wel overheen schreeuwen. De eenzame
kabouter (nr 4) schreeuwt over de muur: wie van jullie -weet- welke
kleur puntmuts hij op heeft? Kabouter nr 1 ziet voor zich nr 2 en nr
3 maar kan zelf niet zien welke kleur muts hij op heeft, nr 2 ziet
voor zich alleen nr 3 en nr 3 ziet alleen de muur. Kabouters kunnen
zelf niet zien welke kleur ze op hebben. Nadat de vraag gesteld is
volgt een kleine periode van stilte, zeg vier seconden en dan zegt
een kabouter ja ik weet het.
Welke kabouter roept dat en waarom?
Raadsel 2
Er is een plek op de aarde waar je 10
kilometer naar het zuiden kan lopen, vervolgens 10 kilometer naar het
oosten om dan 10 kilometer naar het noorden te gaan en dan kom op
dezelfde plek uit: dat is natuurlijk op het puntje van de Noordpool.
Nu is er een tweede plek op aarde
waar je dit kunt doen, waar is dat?
Raadsel 1:
je komt op een kruising in de weg
midden in het bos, niemand om de weg aan te vragen. Er staat een
huisje, je klopt op de deur, deze gaat open en je kijkt in het
gezicht van de een van de tweelingbroers. Je vraagt aan deze broer de
weg, belangrijk is dat je in een keer de goed kant op moet gaan (oma
op sterven ofzoiets), ook belangrijk is: er zijn twee broers (vandaar
tweeling) ze wonen allebei in dit huis en: de ene broer liegt altijd,
de andere broer spreekt altijd de waarheid.
Wat is de vraag die je moet stellen
om in een keer de goede kant op te gaan?